Het beekdal van de Ooyerhoekse Laak was voor de mesolithische jagers-verzamelaars een waar luilekkerland, waar zij een gedifferentieerd voedselpakket bijeenbrachten.
Deze Frankische nederzetting was van meet af aan voorzien van een versterking, bestaande uit een V-vormige spitsgracht en een wal met palissade; deze site kende bewoningscontinuïteit en vormde zo de kiemcel van het huidige Zutphen.
De Vikingen plunderden en brandschatten het grafelijke Zutphen, waarna de Lotharingse koning en graaf Everhard van Hamaland ernstig gebrouilleerd raakten met de Vikingkoning Godfried; ze besloten hem en zijn kompanen ijlings te vermoorden.
De romaanse palts op het plein ’s-Gravenhof was het symbool van de vorstelijke dynastieën van het Heilige Rooms-Duitse Rijk, nadat het malafide echtpaar Balderik en Adela van Hamaland, dat het bij de vorst versjteerd had, op gewelddadige wijze geëlimineerd was.
In 1293 stichtte gravin Margaretha van Vlaanderen, door de schenking van het domeinhof van haar eega, het eerste klooster in de geprivilegieerde agglomeratie Zutphen, namelijk dat van de dominicanen.
De reformatorische leer werd officieel ingevoerd, maar ondanks het religieuze bewind van antipapisten als Willem Baudartius, die als hebraïcus medevertaler was van het Oude Testament naar de Statenvertaling, bleven rooms-katholieken en leden van andere gezindten samenkomen en hun geloof belijden.
In het Rampjaar, 1672, capituleerde de vesting Zutphen, toentertijd een van de belangrijkste frontiersteden van de IJssellinie, en werd bezet door de Franse armee die - onder auspiciën van de Zonnekoning - ten strijde trok tegen de Republiek der Verenigde Nederlanden.
Zutphen was in de achttiende eeuw een welgestelde, intellectuele stad: de calvinist en dominee Martinet verwoordde de nieuwe ideeën en idealen van de verlichting in zijn publicaties die een groot succes waren in binnen- en buitenland en velen tot ver buiten Zutphen beïnvloedden.
De wereldoorlogen gingen niet aan Zutphen voorbij: in de Eerste Wereldoorlog had de stad te kampen met sociaaleconomische malaise en een der beruchtste epidemieën, de Spaanse griep, terwijl in de Tweede Jodenvervolging, executies en bombardementen talloze slachtoffers eisten.
De stad, die koketteert met haar centrumfunctie, vecht al decennialang voor het behoud van de penitentiaire inrichtingen en de arrondissementsrechtbank, nadat diverse rijksinstituten als het Kadaster en Rijkswaterstaat de stad in de jaren zeventig hebben verlaten.